Het kanaal dat werd ingehaald door de tijd

1

Tussen Almelo en Nordhorn ligt een kanaal dat met pure spierkracht is gegraven door 200 polderjongens. Deze arbeiders uit Drenthe, Friesland en Overijssel bouwden aan een droom die werd ingehaald door de tijd. Over deze arbeiders gaat de theatervoorstelling Polderjongens. Een verhaal over hoop, zweet en tranen.

Wanneer in november 1884 de eerste spade de grond in gaat, vlak bij de Almelose havenkom, barst de stad van energie. De textielindustrie draait op volle toeren. Een spoorlijn met station is aangelegd. Het Overijssels kanaal naar Zwolle is in gebruik genomen. De doortrekking van de waterweg richting Nordhorn, de poort naar het Duitse achterland, moet de rest doen. In die beloftevolle tijd komen 200 arbeidsmigranten naar Almelo. Ze worden polderjongens genoemd. Het zijn jonge mannen die in hun geboortestreek niet of nauwelijks rond kunnen komen en hun geluk zoeken in Twente. Hier ligt een megaklus p hen te wachten: 37,4 kilometer graafwerk door zand en klei, met schop en kruiwagen. Slecht betaald, een dubbeltje per kuub, maar alles is beter dan het Drentse veen. Hun onderkomen wordt een schuur of sobere plaggenhut langs het tracé. Primitief, maar dat zijn ze van huis uit wel gewend. Bij zware vorst en slechte weersomstandigheden kan er niet worden gewerkt. Omdat er dan ook niet wordt betaald, vervallen de polderjongens tot bittere armoede. Gelukkig haalt de jenever de scherp randjes van het harde bestaan. En als de honger voor de kanaalgravers echt te groot wordt, springen de Almeloërs bij met erwtensoep en roggebrood, blijkt al gauw.

En als de honger voor de kanaalgravers echt te groot wordt, springen de Almeloërs bij met erwtensoep en roggebrood

Binnen 5 jaar moet het eerste deel tot aan de grens klaar zijn, zo is afgesproken. Dat lukt: in 1889 ligt het kanaal er. Maar er is een probleem: er is nog geen aansluiting op het Duitse kanalenstelsel, en dat is juist de bedoeling. De voltooiing van het project laat op zich wachten tot 1904. Maar al snel wordt duidelijk dat de toekomst niet op de gravers heeft gewacht; ze heeft al een nieuwe afslag genomen. De schepen blijken te groot voor het smalle, ondiepe kanaal. Gemotoriseerde vaartuigen zijn lange tijd verboden; er mag alleen worden gezeild. Veelzeggend is dat er langs het kanaal jaagpaden zijn aangelegd, een voorziening die dateert uit de tijd van de trekschuit. De trein is sinds eind negentiende eeuw een sneller alternatief geworden voor de Twentse fabrieken. Zonder sluizen. Zonder brugwachters die uit bed getrommeld moeten worden om de brug op te halen. Het kanaal Almelo-Nordhorn wordt daarom nooit een succes. De hoeveelheid scheepverkeer blijft door alle beperkingen bescheiden. Het zijn vooral ondiepe schepen, zoals tjalken en pramen, die er gebruik van maken. Het laatste (met turf geladen) schip vaart in 1960 door het kanaal. Sindsdien is de waterweg vooral een verstild tijdsmonument, omzoomd door groen. Alleen vissers en schaatsers verstoren nu nog de rust.

Het Nedersaksische gebied kent nog talloze verhalen die wachten om ontdekt te worden. Wil je verder lezen? Bestel dan een los nummer of kies voordelig voor beide nummers van dit jaar en reis mee door het verleden én het heden van deze bijzondere streek.

Plaats een reactie

1 Reactie

  • A.Brummelhuis

    4 July 2026 16:27:39

    Wat 'n verhaal. Mooi, maar ook triest als je de omstandigheden over de werkers leest. Heb menige fietstocht langs dit kanaal gemaakt. Hele mooie en rustige route. 'n Heerlijk en mooi stuk Nederland dat Twente. En daar komt bij , m'n "voorvaderen" waren Twents. Dus 't zit in 't bloed. Ik was vroeger abonnee van Noaber, maar door samengaan met ( kan nu niet op de naam komen van dat andere blad, sorry) heb ik 't lidmaatschap opgezegd. HELAAS. Met vr. grt. Albert Brummelhuis.